Broeden

Woelwater klein 4 kantDwars door het ontluikende groen van de jonge wilgen loopt een streep. Een horizon van klei, getrokken door het hoge water. Boven de streep is het lente, eronder gebeurt nog niets. Daar heeft wekenlang water met slib gekolkt. Met de kleefkracht van bizonkit kleurde het stammen en grassen grauw.

De prachtige waterplas van de Waal, dompelde elk stukje bruikbaar land in de uiterwaarden onder. Op de woonboot daar middenin dobberen, was voor ons een genot, maar de ganzen moesten elders gaan grazen en ook de scholeksters verdwenen naar weilanden in de buurt. Ze wáren er wel, ik had ze een paar weken terug al horen pietepieten. Net als de ganzen konden ze hun ei niet kwijt. De eenden evenmin. Enkele zochten hun heil bij ons, want je kunt behoorlijk met zo’n ei omhoog zitten. Het wijfje in de broedkorf aan de landkant hadden we verwacht. Ze was een vaste en graag geziene gast. Maar dat wicht aan de waterkant?

Ze heeft zich goed verstopt. Bij wijze van voorjaarsschoonmaak stap ik op een vrije morgen naar buiten om mijn vlonder te inspecteren. Naast de kuip met blauwgras komt onkruid op. Als ik buk om driftig te wieden, vliegt - KWAEHWAEHWAAAEH!!! - een eend op. Ik schrik van haar net zo veel als zij van mij. Dat ze me zo dicht heeft laten naderen, kan maar één ding betekenen; ze moet op eieren zitten. Ik kijk in het holletje tussen de hoog opgeschoten graspollen. Jawel, 4 eieren. Dát wordt wat met de katten! Die kan ik echt geen weken binnen houden. Katrien Duck moet door watersnood gedreven zijn, om zich op zo’n onveilige plek te nestelen. En nu? Zou ze nog terug komen? Ja - weten wij sinds we hier wonen - een eend die eenmaal op legschema ligt, keert terug.
De volgende morgen, als ze weg is, turf ik tevreden ei nummer 5. ’s middags zie ik boven de pollen de kont van madam uitsteken, die druk is met een vloertje van gras voor de volgende leg. Wanneer ze eenmaal zit, kop in de veren, zie ik niets meer. Katrien is een blijvertje.

Ondanks het treurige emoticonnetje dat mijn buurvrouw me appt, laat ik tóch de katten op de vlonder. Twee Bengalen, prachtig zijn ze, soepel sluipende rovers met panterprint. Ze doen hun ronde, kijken, ruiken, luisteren met draaiende oren, prikken hun snorharen als antennes van zich af. Ik hou ze nauwlettend in de gaten, klaar om in te grijpen. Ze kousenvoeten naar de kuip met gras. Wat gaan ze doen? Mijn beeldschone roofdieren doen…niéts! Op nog geen handbreedte van de kuip hebben ze die hele eend niet opgemerkt. Rovers, hah! Pwèpwèpwèpwèèèèèh, àf door het valluik.

Ook aan hoog water komt een eind. Een week later ontwaak ik bij een favoriet geluid. Pietepietepiet! Ah, ik kan horen dat het water voldoende is gezakt. De scholeksters zijn terug. De ganzen zullen spoedig volgen. Ook hun broedseizoen kan beginnen. Het voorjaar is hier.

© Karin Swanenberg
Beneden Leeuwen, 21 maart 2020