Artikelindex

lonely at the topIt’s lonely at the top

Voor mensen als wij, die niet naar een bergtop willen of kunnen lopen, hebben de Noren de Gaustabanen uitgevonden, een spectaculair staaltje van bouwkundig vernuft, dat je alleen vindt bij een volk dat de kunst van het tunnels bouwen meester is.

Met een kleine cabine op rails kunnen 10 personen tegelijk worden vervoerd, horizontaal, het hart van de berg in. Dan volgt de overstap naar het spectaculaire gedeelte: in een schuin gebouwde cabine ga je, keurig rechtop zittend, onder een hoek van 39 graden voort over 1 km rail, ondertussen 650m stijgend. Uitstappen, trappie op en dan koekoek! We staan op 1883m hoogte op de Gaustatoppen! De mistflarden vliegen ons om de oren en een ijskoude wind kruipt opdringerig onder elk winddicht kledingstuk, als ging het hier om een heuse ontbering. Zonder mist zou je hier een zesde deel van het Noorse land kunnen ontwaren, zo ver kun je dan uitkijken over de blauwe schuimende golven van centraal Noorwegen. Nu verschilt het uitzicht per minuut.

De mist biedt genoeg doorkijkjes om een kleine klim naar boven te wagen, de echte top, waar een hut met versnaperingen staat en een groot betonnen plateau, waar je vrijwel onbelemmerd kunt kijken.Zodra we de trap van ruwe blokken steen willen nemen, kruisen wij echter het pad van tientallen wandelaars die de tocht van 7 km wél per benenwagen hebben gemaakt en nu hongerig en dorstig, vol verlangen naar uitzicht en selfies op onze top arriveren. Ze vormen de voorhoede van een schier eindeloze sliert mensenmieren, voort scharrelend op hun termietenheuvel, allen met maar één doel voor ogen: de top.

Wij, op onze beurt, banen ons een weg omhoog, door een woud van klimmers, jong, oud, groot, klein, met telefoon of camera -tuurlijk maak ik een foto van je met dit uitzicht, sorry ik zag niet dat je een foto wilde maken, kun je even opzij gaan, ik maak net een foto- en vinden het nog een heel gedoe om een stuk vrij uitzicht te vinden buiten het selfiecircus om. Hoezo ‘It’s lonely at the top’? ...Het miegelt hier van de mensen die zich naar boven wurmen. Van kleintjes van drie turven hoog, in professioneel ogende outdoorkleding tot rillende jongens die in een katoenen sweater en slappe gympies over scherpe puntige stenen hobbelen. Van schaars geklede rennende klimmers tot relaxte baardapen op legerkistjes. Met ieder zo zijn beklimming. Het meeste doorzettingsvermogen vermoed ik bij de vrouw op krukken, met benen die bij elke stap in een onwaarschijnlijke hoek alle kanten op buigen, alsof haar botten zijn vervangen door rubber. Haar metgezel mag haar ondersteunen, tillen mag hij haar niet. Ze wil en zal het zelf doen, die laatste trap, trede na weerbarstige trede. Zij heeft haar eigen top. En in weerwil van het grote aantal aanwezigen, zal die lonely zijn.

Boven op het drukbevolkte plateau zit een bebaarde jonge man met zijn benen over de rand bungelend doodgemoedereerd op een klarinet te spelen. I’d rather be a hammer than a nail… Zacht zoet verglijdt het geluid in de verte van een blauwgroene bovenwereld. Lonely? Nee, niet met hem er bij. Niet zolang hij speelt.

© Karin Swanenberg

19 juli 2015