Bakkie troost

Mijn neefje Noah is een klein blond jongetje. Hij is anderhalf jaar ouden kent behalve zijn naam vijf woorden: mamma, papa, oma, buiten en thee. Soms kan dat heel handig zijn.

Op een regenachtige dag is Noah bij oma. Ze zijn in de keuken en hij wil naar buiten. “Buiten?” vraagt hij.
“Nee schatje, dat gaat niet.”
“Buiten?”
“Nee Noah, je kan niet naar buiten, het regent.”
“Buiten!” dringt de koter aan, terwijl hij naar de klink van de achterdeur grijpt.
“Ik zei nee.”
Hij weet van geen wijken: “Buiten, buiten!!”
“Oma zei nee, Noah. Kijk maar, het regent.”

Noah begint vastberaden te springen bonst tegen de deur en roept drenzerig:

“Buiten oma, Noah buiten! Buiten!”
Hij is rood aangelopen en op weg naar een flinke driftbui. Na nog een ‘nee’ van oma brult hij en staat te stampvoeten. Zoals alle oma’s weet ook deze dat afleiding vaak de beste remedie is. Ze neemt Noah bij de hand en zegt:
“Kom maar, dan maken we samen een kopje thee.”
Het blijft even stil, terwijl hij zich mee laat voeren.
“Thee?” klinkt dan zijn zachte stemmetje.
“Ja, lekker een kopje thee” knikt oma.
“Thee??…Théé???”
“Mmm, mmm.”
Er verschijnt een klein lachje op zijn gezicht dat zich uitbreidt tot een brede grijns als hij verheugt roept: “Thee! Thee! Oma, thee, thee!! Théé!!!” Overlopend van onbegrijpelijke blijdschap huppelt hij door de keuken. Wie wil er nou naar buiten als er thee is?

© Karin Swanenberg
Sept 2006