Voorjaar

Ze staan op het mooiste punt van het eiland op een hoog uitkijkpunt, omringd door driehonderdzestig graden schoonheid. Daar kun je niet omheen zou je denken. Zij wel.

Terwijl het eiland zich rondom hen in volle voorjaarsglorie ontrolt, de vogels hun baltsdrift uitschreeuwen en er geen wolkje aan de warme lucht is, praten zij over hypotheken en overwaarde. Althans, de mannetjes doen dat. De vrouwtjes hebben het over een wederzijdse kennis die in het ziekenhuis is beland.

Ze zijn elkaar zojuist per toeval op het eiland tegen gekomen en moeten nodig bijkletsen. Vlakbij hen staan voor een helder blauwe lucht twee lage kale bomen met gezwollen knoppen, in duizend tinten paars en bruin. In de takken zit een koppel kauwen in even zovele tinten zwart en grijs, verstomd door het gekwetter van deze tweevoeters, die niets (ont)ziend kakelen over politieke voorkeuren en zaken die betaald moeten worden. Hun kreten zijn niet van de lucht, maar het baltsen lijken ze sedert lang verleerd. Om over de stilte maar te zwijgen.

voorjaar 2006
┬ęKarin Swanenberg