Artikelindex

(9) Ongevraagd -juni 2009

Zouden ze dat op de opleiding leren, of zou het onbedoeld ontstaan? Dat toontje! ‘Dág mevrouw Swanenberg, wat een mooie krullen hebt u!’ Alsof ze niet ouder is dan vijf, in plaats van een dame met krulspelden in van tegen de negentig. Ze heeft er snel korte metten mee gemaakt: ‘zuster, alsjebliéft zeg!’ Nu is er nog maar één verzorgende die dat doet. De rest praat alleen nog zo hard dat mijn moeder haar hoorapparaatjes gerust kan uitlaten. Wel zo prettig, want dat scheelt in het geluid dat doorklinkt vanaf de gang.

Omdat het voor het personeel gemakkelijker is om snel binnen te komen, blijft de deur van mijn moeders kamer op een kier staan, net als bij de overige bewoners. Geluid siepelt naar binnen en de privacy wordt de gang op gezogen. Daar zit met regelmaat een groepje hangouderen - zoals wij ze zijn gaan noemen - te buurten. Gedomineerd door een meneer met een stem zo hard dat hij nog door een geluidsdichte bunker zou dringen. Volgens mijn moeder heeft hij niets te zeggen maar praat hij wel de hele tijd. De hinder is minder als ze haar ‘oren’ niet in heeft. Bijkomend voordeel wanneer ze die op het plankje van haar rollator laat liggen: geen last van muziek. De apparaatjes fungeren af en toe als ontvanger en schetteren radio drie onuitgenodigd haar schedel in.

De ongevraagdheid is haar leven binnen geslopen. Nee, ze wil geen radio aan. Nee ze eet alleen, op haar kamer, ondanks het herhaalde en goedbedoelde advies om dat beneden in de grote zaal met ander bewoners te doen. De verzorgenden hebben het zo druk dat ze vergeten te kijken wie ze voor zich hebben en blijven aandringen. Niet de persoon is leidend maar principes, zoals ‘samen eten, is goed voor je’. Isolement mag niet. Dat is lastig voor iemand die de stilte innig liefheeft, tot verbijstering van het jonge personeel. Na vele malen uitleg, heeft zelfs de meest hardnekkige ‘pleeg’ het nu eindelijk opgegeven om haar te verleiden naar beneden te gaan.

Die ene keer dat ze het probeerde, was meer dan genoeg. Nog steeds verontwaardigd vertelt mijn moeder me voor de vijfde keer over haar traumatische gezamenlijke maaltijd, waar haar disgenoten tot in detail al hun kwalen en bloederige operaties beschreven, hetgeen de eetlust beslist niet bevorderde. ‘En dan die man met dat ei! Op een schaal salade voor vier personen lag één hardgekookt ei. Loopt er een vent langs die over mijn hoofd heen dat ene ei gapt en opeet. ‘Zo, dat zit er ook weer in’, zegt ie en loopt ongegeneerd door!’ Ze briest. Ongevraagd heeft ze nog pit, die moeder van mij.