Artikelindex

(8) Wie, wat, waaren waarom niet mei 2009

Op een kaart voor ma zet ik een gedichtje van Bert Schierbeek:

‘hoe, als je je met zorgeloosheid kon omringen en dat dat je ruimte was.’

Ze zingt en fluit, de eerste dagen in haar nieuwe behuizing. Niet meer hoeven beslissen lucht op. Ze hoeft niet meer te vrezen dat het zwaard van Damocles boven haar hoofd, plots zal vallen. Het angstige, onbestemde wachten is voorbij. Eindelijk is ze hier en er staat niets meer op stapel. Alsof dat gegeven niet angstaanjagend is.

Na een week vertoont de façade van haar goede humeur de eerste scheuren. Haar verstand houdt hardnekkig vol dat ze hier goed zit, haar gevoel weerspreekt die fabel. Ze mist haar dierbare huis en poogt dat diepe verdriet tevergeefs te verbergen. Die nieuwe kamer is de hare nog niet, alle vertrouwde spullen ten spijt. De dag biedt echter ankerpunten: maaltijden, koffie en thee, wassen en aankleden. ‘Elke dag helemaal, maar ik moet iedere keer zeggen dat mijn voeten ook moeten. En de po maken ze na het legen nog steeds niet uit zichzelf schoon!’ Uitkleden en naar bed kan wanneer zij dat wil. Douchen gebeurt eens per week.

Ma moet erg wennen aan alle nieuwe gezichten van de verzorgenden, die voortdurend in en uit lopen. Het lijkt wel of er voor elke taak een ander moet opdraven. Wassen, eten, drinken, prikken, medicatie. Omdat het verzorgend personeel daar niet voor is, wordt er een fysiotherapeut opgetrommeld om met ma te gaan lopen op de gang. Er verschijnen twee giechelige dames, die haar bitter weinig aandacht schenken en kennelijk vinden dat dit ook hún taak niet is. Ze komen een volgende keer domweg niet meer opdagen. Tenzij wij het doen, loopt er niemand met mijn moeder mee. Ze klaagt dat haar kamer niet goed wordt schoongemaakt. ‘Kijk eens onder mijn bed. Ze weten niet wat hoeken zijn, daar komen ze nooit!’ Recht hebben op zorg en die daadwerkelijk krijgen, blijken twee verschillende dingen. Haar eigen Corry is een zegening. Die poetst als vanouds brandschoon, haalt boodschapjes en loopt wél met ma op de gang.

Een actieve activiteitenbegeleidster met klembord onder de arm geklemd, valt binnen om ma op andere wijze op gang te helpen. Ze informeert haar goedbedoelend over het groepje dat gezamenlijk puzzelt en opdrachtjes doet om mentaal actief te blijven. Ma kijkt me vragend aan terwijl ‘geen zin’ van haar gezicht afstraalt. ‘Jouw keuze, mam’. Dan noemt mijn solitaire moeder het enige wat ze wil: ‘Een wandeling in de rolstoel. En met me lopen op de gang.’ Veilig bewegen zonder vallen. Er even uit. Veel zachter sprekend dan bij binnenkomst, zegt de actieveling: ‘Helaas mevrouw, daar is geen tijd voor.’