Artikelindex

(6) Zorgen over zorg maart 2009

Nu ma zich veiliger voelt, is de ‘nachtwacht’ opgeheven. Scheelt scheppen geld. We merkten laatst dat die wacht slapend rijk werd. Ma belde ’s nachts nauwelijks meer, omdat ze het zielig vond om de hulp te wekken!/p>

We kunnen inmiddels twee verzorgingshuizen met korte wachtlijsten bekijken. Dat doet Sjef, omdat ik dreig te verdwalen in de administratieve zorgjungle. In tegenstelling tot het oordeel in november, blijkt na contact met die verzorgingshuizen de indicatie van mijn moeder tóch verzwaard te moeten worden. Het levert weliswaar meer PGB op, maar brengt veel gedoe met zich mee. De dame van het CIZ, die voor haar nieuwe indicatie bij ma is geweest, jaagt me bovendien de stuipen op het lijf en begint over een verpleeghuis. ‘Dat wordt haar dood! Dat kunt u niet doen!’ roep ik dringend door de telefoon. Ze wikt en weegt opnieuw, overlegt met de huisarts en besluit, goden zij dank, dat mijn moeder nog te goed is. Ze ‘mag’ naar een verzorgingshuis. Na een jarenlange omweg komt ma definitief op twee wachtlijsten in haar geboortestad

Waar ik de tijd vandaan moet halen weet ik niet, maar bovenop dit alles komt de papierwinkel van het zorgkantoor, over de financiële verantwoording van vorig jaar. Die moet óók nog ingevuld. Zucht.

Alles waarvan ma zegt dat het niet hoeft, en dat is veel, wordt door de thuishulpen direct gestaakt, ondanks steeds hernieuwde afspraken met hun organisatie. Via een briefjesbombardement in de zorgmap op tafel, maan ik hen zoutloos te koken, ma te helpen met lopen, enzovoort. Mijn offensief lijkt te werken. De dames houden zich aan mijn afspraken met hun baas en hervatten ‘De Voorbereiding’, die door toedoen van mijn ingezakte moeder ergerlijk was versloft.

‘De Voorbereiding’ behelst het opruimen van ma’s hobbykamer en kledingkast en het selecteren van meubels en servies, nu ze nog genoeg kan zien om zelf te bepalen wat ze wil meenemen en wat weg kan. Ze hoeft maar te gaan zitten, te kijken en te wijzen. De thuishulpen doen het werk en noteren alles. Máánden geleden begon ik er al over, maar ma heeft het steeds uitgesteld. Toch weiger ik haar verantwoordelijkheid over te nemen. ‘Wat je zelf kan, doe ik niet voor je, Mam. Misschien is dit wel goed. Om eraan te wennen dat je echt gaat verkassen’. Beter de realiteit van dat naderende vertrek onder ogen zien, dan de kop in het zand steken. Ik moet het nog zien. Het lijkt wel of ze met de week suffer wordt. Ze luistert totaal niet meer naar wat je zegt, trekt zich steeds vaker terug in het verleden, wil alleen maar weten waar ze terechtkomt. En dat is nog steeds koffiedik kijken.