Artikelindex

(17) De laatste deur -februari 2010

Hoe vaak hebben ma en ik het niet tegen elkaar gezegd: de laatste deur opent zich niet op bestelling, daar zit een tijdregelaar op. Mijn moeder heeft zich daaraan kunnen overgeven, in haar wachtkamer.

Ook het verzorgingshuis kent zo zijn tijdregeling, die me dwingt mijn eigen tempo op te schroeven, haastig te rouwen en snel die emotionele opruimklus te klaren. Uiterlijk een week na haar overlijden moet het appartementje al leeg worden opgeleverd. Aangeslagen sta ik voor het eerst alleen in haar kamer, met al die eigen dingen er nog in: twee mummelige ochtendjassen aan de badkamerdeur, een paar slappe sokjes in het mandje van de rollator, twee Spaanse sloffen, schoorvoetend met de tenen over elkaar half onder tafel geschoven. Alsof ze alles plots heeft laten vallen om spoorslags te vertrekken, wat ze in zekere zin natuurlijk ook heeft gedaan.

Na haar val volgt onverwacht een kortstondige opleving. De groenblauwe kleur rond haar mond en het rood om haar ogen zijn verdwenen. Haar blind geworden ogen kunnen weer wat meer ontwaren. Zat ze eerst ineengezakt met de neus op haar navel in bed te suffen en viel ze elke drie minuten midden in een zin in slaap, allengs is ze helderder geworden. Hoewel ze zich in tijd en ruimte niet meer kan oriënteren, valt er best met haar te praten. Haar humor verliest ze nooit.

Omdat ze zegt dat haar knoeiboel door mij komt, smeer ik plagend een klodder amandelpudding op haar neus. Daarna smeer ik bodylotion op het dunne perkamenten vel van haar armen en grauwe gezicht. Zo mager! Als ze zich met gesloten ogen geheel aan mijn behandeling overgeeft en daar in alle rust in bed ligt, zie ik de dood heel nabij. Maar voorlopig is ze op en top mijn moeder. ‘Ja zuster, mijn dochter en ik zijn aan elkaar gewaagd!’ constateert ma even later droog, als ik haar liefdevol een vuile luis noem, omdat ze alleen nog haar hoofd gedoucht wil hebben en niet de rest van haar lijf.

Mijn moeder weet zich geborgen in de koesterende aandacht van het personeel. De coördinator bespreekt met ons kinderen zorgvuldig het beleid en belt wanneer er iets is. Wij zijn gerust: goede pijnbestrijding, geen onnodig gedokter en niet reanimeren. Ma mag hier aan haar eindje komen. Honderdmaal neem ik in gedachten afscheid, één maal zeg ik haar hardop gedag. ‘Ik had geen andere moeder willen hebben dan jou, mam’. Ze glimlacht en zegt: ‘Onze liefde is zo zeker. Wij hebben twee goede mensen aan elkaar gehad’. De liefde blijft bij me, ook nu ze die laatste deur is doorgegaan en hem zacht achter zich heeft dichtgetrokken.