Artikelindex

(15) Het wegraken -december 2009

Als ik om half drie binnenval vind ik mijn moeder lusteloos aan het begin van haar warme maaltijd: ze worstelt met krachteloze vingers met een plastic deksel. Ik kan het niet lang aanzien en trek het plastic van het voorverpakte maal. Troosteloos, om uit zo’n bak te eten. Ze neemt de moeite niet meer om het op een bord te doen. ‘Maakt niet uit’, zegt ze zacht. Ondanks het grote letterboek dat opengeslagen binnen handbereik ligt, voegt ze eraan toe: ‘Ik zie toch vrijwel niets.’

Ze kijkt troebel uit haar ogen. Een nacht slecht slapen versterkt het suffige dat ze de laatste maand in toenemende mate heeft. ‘Heb je je oren in?’ vraag ik, doelend op haar hoorapparaatjes. Ze draagt ze nooit als ze alleen is. ‘Nee, dat kon ik wel eens doen.’ Ik vis de doosjes uit het mandje van haar rollator, waarin ze haar hele hebben en houwen bewaart: boeken, sjaaltjes, breiwol, één sok en verzin nog maar wat. Ik zet ze voor haar neus op het dienblad op haar schoot, waarop ook een bakje salade staat. Voor eten komt ze al lang haar stoel niet meer uit.

Met langzame aarzelende bewegingen lijkt ze haar dienblad af te tasten, haar vingers de voelhoorns van een reuzenslak. Haar hand gaat steeds maar naar dat bakje salade. ‘Eh, wat ging ik ook weer doen?’ ‘Je oren, mam, je zou je oren in doen.’ ‘Oh ja.’ De hand trekt zich terug om toch weer bij de salade te belanden. Tot vier keer toe moet ik haar helpen focussen op wat ze aan het doen is. Dan volgt eindeloos traag operatie ‘oren in’. Ma lijkt de doordringende pieptoon die uit het rechter apparaatje komt niet op te merken. De ernst van het geheel dringt pas tot me door als ze maar blijft hannesen, zich er totaal niet van bewust dat ze die dingetjes ondersteboven wil induwen, de linker bovendien in het rechter oor. Haar vingers zijn hun coördinatie kwijt. ‘Kom mam, ik help je.’ Ze kan me niet vertellen of die krengen het goed doen, terwijl die pieptoon volgens mij niet klopt. ‘Kunnen ze aan en uit?’ Ze weet het niet meer. Batterijen? Ook daar weet ze niets meer van.

Ik ben geschokt. Opeens is iets wat ze al een jaar of drie automatisch doet uit haar systeem verdwenen. De aftakeling is op kousenvoeten binnengeslopen en creëert een serieus geval van kortsluiting in haar bovenkamer. De onontkoombare realiteit dringt zich aan me op. Mijn moeder is bezig met zoetjesaan vertrekken. Ik geef haar een kus en zeg in haar oor: ‘Weet je wat mam, we doen ze uit. Ik praat wel wat harder.’