Artikelindex

(14) Hier en nu -november 2009

‘Dadelijk ma even bellen, denk ik en kijk verlangend naar het spannende boek dat op me ligt te wachten. Ik smeer eerst een boterham en schuif het bellen voor me uit. Creatief geef ik de planten water en verzin nog een tiental taakjes, zodat ik aan het eind van de middag nauwelijks heb gelezen en nog steeds niet heb gebeld. Bij een rustig kopje thee betrap ik mezelf op schuldgevoel. Omdat ik de laatste tijd niet wekelijks naar mijn moeder ben geweest, zoals ik me had voorgenomen, heb ik mezelf opgelegd om dat te compenseren met bellen. ‘Ik heb helemaal geen zin om te bellen!’ zeg ik hardop. Door mijn zelf opgelegde juk voel ik me schuldig. Sufferd, dit is niet goed voor me. Opeens bedenk ik dat zij mij ook kan bellen en het evenzeer achterwege laat. Zo groot is de nood dus niet. Weer heb ik voor mijn moeder willen zorgen, daar waar het helemaal niet nodig is. Wanneer laat ik het nu eens? Bij deze, mijn rust keert weer.

Ik zie mijn moeder voor me: diep in een boek gedoken (ik zou een voorbeeld aan haar moeten nemen), kletsend met bezoek, verzonken in een breiwerkje, of anders ingedut boven acht gevallen steken. Ma kijkt nergens meer naar. Ze vergeet het steeds gevraagde lijstje met boodschappen of kleine klusjes te maken, zodat mijn broer nooit weet wat hij moet meebrengen. Anticiperen of reflecteren lukt niet meer. Ze komt op de valreep van je bezoek steevast te laat met een kapotte lamp of een weigerachtige klok aanzetten. Ze houdt zich niet meer bezig met de vraag of haar gedrag al dan niet handig is voor de medemens.

Plots is daar een inzicht: met wat ik verkokering noem, doet mijn moeder iets, wat ik met boeken en meditatieoefeningen op cd al jaren onder de knie probeer te krijgen: volstrekt in het ‘hier en nu’ zijn. Een prachtige staat van zijn, waarin ik minstens een kwartier per dag bewust probeer te verkeren, niet afgeleid door ‘daar en toen’ of ‘daar en straks’. Zij doet het, onbewust, vrijwel de hele dag, zonder enige moeite. Totdat het ‘daar en toen’ van haar jeugd de overhand krijgt. Als ik haar bezoek, bestaat het eerste half uur uit gedoetjes: post, theezetten, bloemen en planten fatsoeneren. Daarna kan ik met haar mee in die uiterst aangename stroom, zonder geregel. Het genoegen is niet onverdeeld: het anticiperen en reflecteren laat ze aan ons over en het terugblikken naar ‘daar en toen’ levert verhalen op die ik al vijftig keer heb gehoord. Soms ben ik ‘hier en nu’ geduldig en soms ontsnap ik: Mmm, lekker in bad, ‘daar en straks’.