Artikelindex

(13) Zin oktober 2009

De laatste maand zegt mijn moeder dat het haar heel goed gaat, als ik kom of bel. Voor het eerst geloof ik het. Toen ze hier net zat, zei ze dat om me gerust te stellen. Nu is het waar. Ze heeft een goede kleur en kijkt helder en monter uit haar ogen. Ma heeft wonderwel haar plek gevonden. Ze heeft ontdekt dat ze nog van betekenis kan zijn, door haar vriendelijke aanwezigheid en haar wijze benadering van het leven. En vreemd genoeg doordat het stil is op haar kamer. Ze heeft geen radio of tv en wil dat graag zo houden. Het verbaasde personeel ontdekt gaandeweg ook hoe prettig dat is.

Van lieverlee heeft mijn moeder met iedereen een band opgebouwd. Een aantal ‘plegen’ dat bij haar binnenkomt om iets te doen, blijft tegenwoordig wat vaker hangen, gaat op het bed zitten voor een moment rust en zegt: ‘Lekker stil hier’. Ma biedt luwte. Tegen een verzorgende die stomend van een heel lastige bewoner vandaan komt, zegt ze: “Kind, ga zitten. Maak van je hart geen moordkuil!” Dat kind verlaat na vijf minuten aanmerkelijk rustiger haar kamer. Het doet haar goed iets te kunnen betekenen, gewoon door er te zijn. Dat merk ik aan haar.

We praten over haar levensvreugde, die is weer terug. Al heeft ze weinig zin om zich in te spannen, ze heeft wel degelijk zin in het leven. Een half jaar geleden was dat ondenkbaar. Na onze eerste ronde strijd over het inschakelen van de thuiszorg, was toen het gevecht tegen het verzorgingshuis, waar ze dacht te zullen wegrotten, op een hoogtepunt.

Ik vraag haar hoe ze het heeft gedaan, dat het ‘opeens’ goed gaat en ze het hier naar haar zin heeft. Het ging eigenlijk vanzelf, peinst ze. En ze heeft zichzelf stevig toegesproken. ‘Niet janken! Nu moet je net zo realistisch zijn, als je altijd bent geweest. Als je het met deze situatie moet doen, kan je er maar beter het beste van maken’. Zoals elke week, voegt ze eraan toe: ‘De zusters hier zijn zó aardig!’ Tijd deed de rest. Tijd om te rouwen, te wennen, de dingen in haar nieuwe kamer terug te kunnen vinden. De kleine ruimte blijkt overzichtelijk te zijn.

Wegrotten doet ze niet, ze is van betekenis, heeft weer zin. Ze mag driekwart vergeten, maar ze luistert. Ook ik kan mijn verhalen kwijt, kan nog steeds bij haar op verhaal komen. Mijn moeder. Over zin gesproken, ik heb weer vaker zin om bij haar langs te gaan.