Artikelindex

(11) In de luwte -augustus 2009

Er is luwte ontstaan. Ik doe voor mijn moeder alleen wat echt nodig is. En lieve dingen, zoals goede boeken meenemen, bloemen uit haar tuin en foto’s op de laptop om haar van alles te laten zien. Haar geheugen ben ik niet meer. Zolang ze zelf nog kan lezen en schrijven, moet ze haar externe geheugen gebruiken. Ik heb een ‘vergeetboek’ gemaakt, een knalrood schrift, waarin ma opschrijft wat ze wil onthouden. De bladzijden hebben kopjes zoals ‘huis’ en ‘geld’ en ‘breien’. Daaronder noteert ze bijvoorbeeld de maten van het vest dat ze voor me maakt, dat volgens mij nooit af zal komen. Natuurlijk vergeet ze om dingen in het boek te zetten of vervangt ze ondanks notities de batterijen van haar ‘oren’ niet, zodat ze weer de helft van het gesprek mist. Tegenwoordig word ik hierom niet meer boos. Het gaat zoals het gaat. Ze is achtentachtig.

We hebben onze goede verhouding hervonden. De periode dat ik, tot gouvernante verworden, voor haar zorgde, regelde en zelfs besliste, is voorlopig voorbij. Honderden besluiten, selecteren wat mee en weg moet, verhuizen. Het is gedaan. Geen tergende laatste stuiptrekkingen meer van het oude willen vasthouden en toch moeten loslaten -vasthouden-loslaten-vasthouden-loslaten. Ja mam, je hebt genoeg pantykousjes, je geruite pak hangt hier in de kast, alle bruikbare brillen liggen in de la. Ik hoef niks meer voor haar uit het huis te halen, er rest niets om over te strijden.

Na mijn vakantie zijn we simpelweg blij elkaar te zien. Kattengek als we zijn, lachen we verrukt om de gebloemde theemuts in de vorm van een poes, die ik heb meegebracht. Ze praat er tegen, zoals ze vroeger tegen haar eigen katten deed. Ontspannen en opgewekt vertellen we elkaar verhalen, ik over het heden en zij over vroeger. Het is weer dik in orde tussen ons. Onuitgesproken koesteren we onze ‘lieve vrede’, in niets te vergelijken met het soort ‘vrede’ dat we vroeger rondom mijn vader handhaafden. ’s Avonds bel ik haar, zeg dat ik van haar hou en dat ik zo’n heerlijke middag met haar heb gehad. Ze beaamt het, aangenaam verrast. ‘Ik ben blij dat we elkaar weer terug hebben’, zegt ze. ‘We zijn elkaar een tijdje kwijt geweest, hè?’ ‘Ja, maar nu niet meer, mam. We hoeven niet meer te vechten’. Moeder en dochter, als vanouds. Een verademing.